ECLI:NL:CRVB:2025:1314
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Appellante heeft meerdere keren een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering, die telkens door het UWV zijn geweigerd op grond van het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden die tot een ander oordeel zouden moeten leiden. De rechtbank Amsterdam heeft deze weigeringen bevestigd en geoordeeld dat het UWV terecht heeft besloten geen aanleiding te zien om terug te komen op eerdere besluiten.
In hoger beroep stelt appellante dat er wel nieuwe feiten zijn, waaronder een diagnose autisme/Asperger en aanvullende psychische klachten, die onvoldoende zijn meegewogen. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat deze medische informatie geen nieuwe feiten of omstandigheden bevat die relevant zijn voor de referteperiode en dat de eerdere beoordeling zorgvuldig en deugdelijk is gemotiveerd.
De Raad benadrukt dat de toetsing aan artikel 4:6 Awb Pro inhoudt dat alleen nieuwe feiten of omstandigheden die na het eerdere besluit zijn ontstaan of niet eerder konden worden aangevoerd, aanleiding kunnen geven tot herziening. Omdat appellante deze niet heeft aangetoond, wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en blijft de weigering van de Wajong-uitkering in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.