ECLI:NL:CRVB:2025:1322
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft een WIA-uitkering aangevraagd na langdurige ziekte, maar het Uwv heeft deze geweigerd omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is vastgesteld. De medische beoordeling door verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen concludeerde dat appellante niet geschikt is voor haar oude functie, maar wel passende functies kan vervullen.
De rechtbank heeft het bezwaar van appellante tegen deze beslissing ongegrond verklaard, waarbij zij de zorgvuldigheid en juistheid van de medische en arbeidskundige rapporten onderschreef. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar psychische stoornissen ernstiger zijn dan aangenomen en dat de geselecteerde functies niet passend zijn.
De Raad volgde dit niet, omdat appellante geen nieuwe medische stukken overlegd heeft en de eerdere rapporten voldoende gemotiveerd zijn. De Raad oordeelde dat de psychische problematiek niet leidt tot een ernstige stoornis die rechtvaardigt dat zij niet kan werken. Ook is de arbeidskundige beoordeling dat de functies passend zijn, niet onjuist.
Daarom wordt het hoger beroep afgewezen en blijft de weigering van de WIA-uitkering in stand. Appellante krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is.