Uitspraak
18 juli 2024, 23/4723
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag. Het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer nam vervolgens een gewijzigde beslissing op bezwaar, waarbij het bezwaar van appellante werd gegrond verklaard en een extra energietoeslag van € 500,- werd vastgesteld.
Naar aanleiding hiervan trok appellante het hoger beroep in en verzocht de Raad om het college te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. Het college had reeds de kosten van het griffierecht en de proceskosten in de bezwaarprocedure betaalbaar gesteld.
De Raad stelde vast dat het college met de gewijzigde beslissing aan appellante was tegemoetgekomen zoals bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht. De Raad veroordeelde het college daarom tot vergoeding van de proceskosten die appellante redelijkerwijs in verband met de behandeling van het beroep en hoger beroep heeft moeten maken, begroot op € 1.814,-.
Het onderzoek ter zitting werd achterwege gelaten en de uitspraak werd in het openbaar gedaan op 9 september 2025 door M.F. Wagner, in aanwezigheid van griffier A. Giesen.
Uitkomst: Het hoger beroep is ingetrokken en het college wordt veroordeeld tot betaling van € 1.814,- aan proceskosten aan appellante.