ECLI:NL:CRVB:2025:1327
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag gesloten buitenwagen op grond van Wmo 2015 bevestigd
Appellant, geboren in 1968 en met diverse lichamelijke klachten, vroeg op grond van de Wmo 2015 een maatwerkvoorziening aan voor een gesloten buitenwagen. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees deze aanvraag af, stellende dat een scootmobiel voor korte afstanden gecombineerd met aanvullend openbaar vervoer (AOV) voor langere afstanden een passende oplossing vormt.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond en handhaafde het besluit. De rechtbank baseerde zich op de adviezen van het Indicatie Adviesbureau Amsterdam (IAB) en medische stukken, waaronder een brief van de huisarts waarin werd gesteld dat appellant koudegevoelig is maar zich kan kleden met thermokleding.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij vanwege een neuropathische therapierefractaire pijnstoornis en de daarbij horende koudegevoeligheid geen gebruik kan maken van een scootmobiel en daarom recht heeft op een gesloten buitenwagen. De Centrale Raad van Beroep onderschreef echter de medische beoordeling van het IAB, waarin werd geconcludeerd dat thermokleding de pijnklachten kan beperken en dat de combinatie scootmobiel en AOV een passende oplossing biedt.
De Raad bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank en het besluit van het college. Het hoger beroep werd afgewezen en appellant kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De aanvraag voor een gesloten buitenwagen wordt afgewezen; scootmobiel met aanvullend openbaar vervoer is passend.