ECLI:NL:CRVB:2025:1332
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig steigerbouwer, vroeg een WIA-uitkering aan na een bedrijfsongeval waarbij hij lichamelijke klachten opliep. Het UWV stelde op basis van een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is en weigerde de uitkering toe te kennen.
Appellant betwistte deze beoordeling en stelde dat hij meer beperkingen heeft dan vastgesteld, onderbouwd met rapporten van orthopedisch chirurgen. De rechtbank oordeelde dat het UWV-onderzoek zorgvuldig was en dat de medische beperkingen juist waren vastgesteld volgens de geldende normen. De vertaalslag van de orthopedisch chirurgen werd niet volledig gevolgd omdat zij niet de specifieke deskundigheid van verzekeringsartsen hebben.
De Raad concludeert dat het hoger beroep niet slaagt omdat de medische en arbeidskundige beoordelingen voldoende onderbouwd en zorgvuldig zijn uitgevoerd. De functies die de arbeidsdeskundige selecteerde zijn passend, en appellant is minder dan 35% arbeidsongeschikt. De weigering van de WIA-uitkering blijft daarom in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.