ECLI:NL:CRVB:2025:1401
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ingangsdatum inkomensvrijlating bij medische urenbeperking per 1 januari 2022
Appellante, die sinds mei 2020 bijstand ontvangt, verzocht om een inkomensvrijlating wegens een medische urenbeperking. Het dagelijks bestuur kende deze vrijlating toe met ingang van 1 januari 2022, terwijl appellante stelde dat dit al per september 2020 had moeten gebeuren. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat er geen bewijs was van een medische urenbeperking die vanaf september 2020 gold.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat het dagelijks bestuur op de hoogte was van haar medische situatie sinds 2016 en dat eerdere stukken van Arbo Vitale een urenbeperking van circa 19,5 uur per week aangaven. De Raad stelde echter vast dat deze eerdere stukken door een later rapport uit 2013 werden tegengesproken, waarin geen urenbeperking werd vastgesteld. Bovendien had appellante geen nieuwe bewijsstukken overgelegd die een urenbeperking vanaf september 2020 aantonen.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat het dagelijks bestuur niet verplicht was appellante actief te informeren over de inkomensvrijlating en dat het aan appellante was om tijdig een aanvraag in te dienen. Het hoger beroep werd verworpen en de ingangsdatum van de inkomensvrijlating bleef 1 januari 2022. Appellante kreeg geen proceskostenvergoeding en het griffierecht werd niet terugbetaald.
Uitkomst: De ingangsdatum van de inkomensvrijlating wegens medische urenbeperking blijft 1 januari 2022.