ECLI:NL:CRVB:2025:1424
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. de Mooij
- K.M.P. Jacobs
- B. Serno
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken van procesbelang bij maatwerkvoorziening Wmo 2015
Appellant heeft zich in 2019 gemeld bij het college van burgemeester en wethouders van Den Haag met een hulpvraag voor ondersteuning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Na eerdere besluiten en rechtsgang heeft de Centrale Raad van Beroep het college opgedragen een nieuwe beslissing te nemen over de maatwerkvoorziening, waarbij een persoonsgebonden budget (pgb) werd toegekend voor vijf uur per week over de periode van 2019 tot eind 2021.
Appellant is het niet eens met het bestreden besluit omdat hij stelt nooit zorg te hebben ontvangen en dat de zorgverlener zich ten onrechte heeft verrijkt met het pgb-bedrag. Hij heeft aangifte gedaan van identiteitsfraude en valsheid in geschrifte. Het college heeft een onderzoek naar de zorgverlener ingesteld en verklaart dat het betaalde bedrag niet van appellant zal worden teruggevorderd.
De Raad oordeelt dat appellant geen procesbelang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het besluit, mede omdat appellant uitdrukkelijk heeft verklaard de procedure niet te wensen. Hierdoor verklaart de Raad het beroep niet-ontvankelijk. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.