ECLI:NL:CRVB:2025:1435
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling mate arbeidsongeschiktheid op 37,13% in WIA-herbeoordeling
Appellante heeft na een verkeersongeval blijvende beperkingen aan haar rechterschouder en arm, wat leidde tot een herbeoordeling van haar arbeidsongeschiktheid door het Uwv. De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige stelden beperkingen vast en berekenden een arbeidsongeschiktheid van 37,13%, waarop het Uwv haar WIA-uitkering voortzette.
De rechtbank Rotterdam oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen en geschiktheid van functies adequaat waren vastgesteld. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen en psychische klachten werden onderschat en dat zij feitelijk volledig arbeidsongeschikt was.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef de overwegingen van de rechtbank en concludeerde dat het medisch onderzoek zorgvuldig en specifiek was gericht op de schouderproblematiek en overige klachten. De beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst waren in lijn met de medische informatie, waaronder het rapport van de revalidatiearts. De geselecteerde functies bleken geschikt voor appellante, en de mate van arbeidsongeschiktheid van 37,13% werd bevestigd.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De mate van arbeidsongeschiktheid van appellante is per 16 februari 2022 terecht vastgesteld op 37,13%, en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.