ECLI:NL:CRVB:2025:1446
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens ontbreken hoofdverblijf op uitkeringsadres
Appellante ontving sinds augustus 2021 bijstand, maar het college trok deze in november 2021 omdat het hoofdverblijf niet op het uitkeringsadres was. Na een nieuwe aanvraag in januari 2022 en onderzoek met huisbezoek, bankafschriften en gesprekken, wees het college de aanvraag af wegens onvoldoende bewijs van hoofdverblijf op het uitkeringsadres.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, onder meer vanwege een vrijwel lege woning bij huisbezoek, weinig activiteit rondom de woning, en pintransacties in een andere plaats. De verklaring van een buurvrouw werd onvoldoende concreet bevonden. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij wel degelijk haar hoofdverblijf op het adres had, wijzend op verbruik en persoonlijke spullen.
De Raad oordeelt dat het hoger beroep een herhaling is van eerdere gronden en geen nieuwe feiten bevat die het oordeel van de rechtbank ondermijnen. Daarom bevestigt de Raad het bestreden besluit en wijst het hoger beroep af. Appellante krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag om bijstand wordt bevestigd omdat het hoofdverblijf niet aannemelijk is gemaakt.