ECLI:NL:CRVB:2025:1449
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand wegens niet-noodzakelijke verhuizing
Appellant diende op 15 december 2023 een aanvraag in voor bijzondere bijstand voor de eerste maand huur en inrichtingskosten vanwege een verhuizing. Het college wees deze aanvraag af omdat de verhuizing niet als noodzakelijk werd beschouwd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en liet het besluit in stand.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de verhuizing noodzakelijk was vanwege gezondheidsklachten veroorzaakt door de slechte woonomstandigheden in zijn vorige woning. Hij ondersteunde dit met verklaringen van zijn huisarts en stelde dat zijn gezondheid na de verhuizing was verbeterd.
De Raad oordeelde echter dat appellant niet had voldaan aan zijn bewijslast. De stukken bevatten geen objectieve aanwijzingen voor een oorzakelijk verband tussen de woonomstandigheden en zijn klachten. De huisarts kon geen verband vaststellen en de verbetering van de gezondheid na verhuizing was onvoldoende onderbouwd.
Daarom werd geconcludeerd dat de verhuizing niet noodzakelijk was en de kosten niet als bijzondere bijstand konden worden toegekend. Het hoger beroep werd afgewezen en appellant kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag om bijzondere bijstand wegens niet-noodzakelijke verhuizing wordt bevestigd.