Uitspraak
26 juli 2024, 24/2669 en 24/2670
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellanten hebben hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland. Zij werden meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €138,- binnen een bepaalde termijn. Ondanks herinneringen en aanmaningen is het griffierecht niet betaald.
De gemachtigde van appellanten heeft zich in september 2024 onttrokken, waarna de Raad nogmaals een nota stuurde aan appellanten zelf. Een aangetekende herinnering in juli 2025 werd niet afgehaald, waarna de brief per gewone post werd verzonden met de mededeling dat de termijn voor betaling niet opnieuw was gestart.
De Raad concludeert dat appellanten in verzuim zijn en verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk zonder inhoudelijke behandeling. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.