ECLI:NL:CRVB:2025:1482
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Het beroepschrift bevatte echter geen gronden, wat een vereiste is volgens artikel 6:5 Awb Pro. De gemachtigde van appellant is hierop gewezen en kreeg meerdere kansen om dit te herstellen binnen vier weken, maar heeft deze termijnen ongebruikt laten verstrijken.
De Centrale Raad van Beroep heeft vastgesteld dat er geen verontschuldigbare redenen zijn voor het verzuim van appellant om de beroepsgronden tijdig in te dienen. Hierdoor is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard zonder verdere inhoudelijke behandeling van de zaak.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 7 oktober 2025. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden ingesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.