ECLI:NL:CRVB:2025:1490
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens schending medewerkingsverplichting door niet overleggen bankafschriften
Appellant ontving sinds 2016 bijstand op grond van de Participatiewet. Naar aanleiding van een anonieme melding over samenwoning startte de sociale recherche een onderzoek. Appellant werd meerdere keren verzocht bankafschriften van zijn betaal- en spaarrekeningen, waaronder een KNAB-rekening, te overleggen. Hij verscheen niet op diverse gesprekken en leverde niet alle gevraagde afschriften aan.
Het college schortte het recht op bijstand op en trok de bijstand met terugwerkende kracht in. Appellant voerde aan dat hij geen rekening bij KNAB had en voldoende had meegewerkt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad dat uit onderzoek en verklaringen blijkt dat appellant wel een KNAB-rekening heeft, die relevant is voor het recht op bijstand.
Door het niet overleggen van de bankafschriften schond appellant zijn medewerkingsverplichting, waardoor het college de bijstand terecht heeft ingetrokken. De Raad vindt de belangenafweging niet onevenwichtig en bevestigt het bestreden besluit. Appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet overleggen van bankafschriften worden bevestigd.