ECLI:NL:CRVB:2025:1495
Centrale Raad van Beroep
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Herbeoordeling arbeidsongeschiktheid WIA met aanscherping werktijdenbeperking
Appellante, die sinds 2016 een WIA-uitkering ontvangt wegens arbeidsongeschiktheid, betwistte de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid van 57,96% per 5 januari 2021. Zij stelde dat haar beperkingen, met name door cognitieve en vermoeidheidsklachten na intensieve chemotherapie, onderschat waren en dat een verdere urenbeperking noodzakelijk was.
De rechtbank Rotterdam had het bezwaar van appellante ongegrond verklaard, maar de Centrale Raad van Beroep stelde een onafhankelijke verzekeringsarts aan om de medische situatie te beoordelen. Deze deskundige concludeerde dat appellante maximaal 30 uur per week en 6 uur per dag belastbaar is, waarbij na drie uur aaneengesloten werk twee uur rust noodzakelijk is.
De Raad volgde het deskundigenrapport, oordeelde dat het UWV het besluit onvoldoende had gemotiveerd en vernietigde het bestreden besluit. Het UWV werd opgedragen een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van de aangescherpte beperkingen. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht van appellante.
Uitkomst: Het besluit van het UWV over de mate van arbeidsongeschiktheid per 5 januari 2021 wordt vernietigd en het UWV moet een nieuwe beslissing nemen met inachtneming van een aangescherpte urenbeperking.