ECLI:NL:CRVB:2025:150
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV inzake een WIA-uitkering. Tijdens de procedure heeft de Raad een verzekeringsgeneeskundig onderzoek laten verrichten, waarna het UWV op 29 augustus 2024 een gewijzigde beslissing op bezwaar nam en een IVA-uitkering toekende met terugwerkende kracht tot 28 oktober 2018.
Naar aanleiding hiervan heeft appellante het hoger beroep op 19 september 2024 ingetrokken en verzocht het UWV te veroordelen in de proceskosten. De Raad heeft vervolgens overwogen dat het UWV volledig aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen en dat het UWV reeds de kosten in de bezwaarfase had vergoed.
De Raad veroordeelt het UWV tot vergoeding van de proceskosten die appellante redelijkerwijs heeft moeten maken in beroep en hoger beroep, begroot op in totaal €3.640,28, inclusief reiskosten voor openbaar vervoer. Daarnaast moet het UWV het betaalde griffierecht van €182,- vergoeden. Reiskosten gemaakt voor het deskundigenonderzoek worden door de Raad zelf vergoed.
De uitspraak is gedaan door voorzitter E. Dijt en griffier A.K.F. Ouwehand op 23 januari 2025.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten na intrekking van het hoger beroep wegens volledige tegemoetkoming.