Uitspraak
20 november 2024, 24/6769 en 24/7423
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. De Raad heeft appellante meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €138,- binnen de gestelde termijnen. Ondanks herinneringen en een verzoek om het beroep op betalingsonmacht te onderbouwen, heeft appellante niet voldaan aan de betalingsverplichting.
De Raad heeft het beroep op betalingsonmacht afgewezen omdat appellante niet de gevraagde gegevens heeft verstrekt. Vervolgens is het griffierecht wederom niet betaald binnen de gestelde termijn. Op grond van deze feiten is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling.
Er is geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door M. Wolfrat, in aanwezigheid van griffier A. Giesen, en uitgesproken in het openbaar op 14 oktober 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.