Uitspraak
23 mei 2025, 24/4322 (aangevallen uitspraak)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland inzake een socialezekerheidszaak. De termijn voor het indienen van het beroepschrift bedroeg zes weken en begon te lopen op 24 mei 2025, de dag na toezending van de uitspraak op 23 mei 2025. De beroepstermijn eindigde daarmee op 7 juli 2025.
Appellant diende het beroepschrift echter pas op 15 juli 2025 in, na afloop van de termijn. Na verzoek om opgave van redenen gaf appellant aan dat zijn advocaat hem pas laat had geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep, dat hij de Nederlandse taal niet machtig is, lijdt aan PTSS en financiële beperkingen had. Ook werd een psychologische verwijzing overgelegd.
De Raad oordeelde dat deze omstandigheden geen bijzondere reden vormen die de termijnoverschrijding verschoonbaar maken. Het stond appellant vrij om binnen de termijn, eventueel met hulp, het beroep in te dienen. Ook het feit dat appellant pas besloot hoger beroep in te stellen nadat duidelijk werd dat hij geen uitkering zou ontvangen, is voor zijn eigen rekening.
Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard zonder verdere inhoudelijke behandeling. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening van het beroepschrift zonder verschoonbare reden.