Uitspraak
16 april 2025, 24/3987
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel. De Centrale Raad van Beroep heeft appellant meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €143,- binnen een bepaalde termijn. Ondanks deze aanmaningen is het griffierecht niet betaald. Een aangetekende brief waarin de betaling werd herinnerd, is niet afgehaald en retour ontvangen.
De Raad stelt vast dat appellant in verzuim is en dat het hoger beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De beslissing is genomen zonder inhoudelijke behandeling van het hoger beroep, conform de toepasselijke bepalingen in de Algemene wet bestuursrecht.
De uitspraak is gedaan door M. Wolfrat, in aanwezigheid van griffier A. Giesen, en is openbaar uitgesproken op 14 oktober 2025. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden ingesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.