ECLI:NL:CRVB:2025:1530
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling mate van arbeidsongeschiktheid op 37,24% door UWV
Appellant, voormalig installatiemonteur, betwistte de door het UWV vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid van 37,24% per 16 februari 2021. Hij stelde dat zijn lichamelijke en psychische beperkingen onvoldoende waren erkend en dat hij de geselecteerde functies niet kon vervullen.
Na een zorgvuldig medisch onderzoek door verzekeringsartsen en een arbeidskundig onderzoek, inclusief een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML), handhaafde het UWV het besluit tot voortzetting van de WIA-uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was verricht, waarbij ook lichamelijk onderzoek had plaatsgevonden ondanks dat appellant bepaalde tests weigerde. De FML was adequaat opgesteld en de arbeidsdeskundige had voldoende gemotiveerd waarom de geselecteerde functies binnen de belastbaarheid van appellant vielen.
De Raad verwierp de stellingen van appellant dat er sprake was van onvoldoende onderzoek en onderschatting van klachten. Ook de ingebrachte medische stukken in hoger beroep boden geen aanleiding tot herziening van het arbeidsongeschiktheidspercentage. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV de arbeidsongeschiktheid van appellant terecht heeft vastgesteld op 37,24%.