Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2025:1556

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
14 oktober 2025
Publicatiedatum
29 oktober 2025
Zaaknummer
23/3263 PW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:84 AwbArt. 35 ParticipatiewetArt. 51 ParticipatiewetArtikel 9 Beleidsregel bijzondere bijstand gemeente Roosendaal
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging toekenning bijzondere bijstand als geldlening voor elektrische kookplaat

Appellante vroeg bijzondere bijstand aan voor de aanschaf van een elektrische kookplaat. Het dagelijks bestuur wees de aanvraag aanvankelijk af, maar keerde later terug en kende de bijstand toe als geldlening van €475.

Appellante maakte bezwaar tegen de leningvorm en wilde de bijstand als gift, stellende dat bijzondere omstandigheden en het vertrouwensbeginsel daartoe aanleiding gaven. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en liet het besluit in stand.

In hoger beroep stelde appellante dat de kostendelersnorm onterecht was toegepast en dat zij een geldlening bij haar moeder had afgesloten, wat bijzondere omstandigheden zou vormen. De Raad oordeelde dat deze omstandigheden niet uitzonderlijk zijn en dat het dagelijks bestuur terecht het beleid volgde om bijstand voor duurzame gebruiksgoederen als lening toe te kennen.

Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde, omdat geen toezeggingen of gedragingen van het bestuur waren die een gift rechtvaardigden. De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het hoger beroep af, met als gevolg dat appellante geen proceskostenvergoeding ontvangt.

Uitkomst: De bijzondere bijstand voor de elektrische kookplaat wordt terecht als geldlening toegekend; het hoger beroep wordt afgewezen.

Uitspraak

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 21 november 2023, 23/1575 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
het dagelijks bestuur van het Werkplein Hart van West-Brabant (dagelijks bestuur)
Datum uitspraak: 14 oktober 2025

SAMENVATTING

Het dagelijks bestuur heeft de aanvraag van appellante om bijzondere bijstand voor de kosten van een elektrische kookplaat toegekend in de vorm van een geldlening van € 475,-. Appellante is het hier niet mee eens en wil de bijzondere bijstand toegekend krijgen om niet. Zij krijgt hierin geen gelijk.

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. M.H. Steenbergen, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het dagelijks bestuur heeft een verweerschrift ingediend.
De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 2 september 2025. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Steenbergen. Het dagelijks bestuur heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. C.A. den Ottelander.

OVERWEGINGEN

Inleiding

1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.
1.1.
Appellante heeft bijzondere bijstand aangevraagd in verband met de kosten voor de aanschaf van een elektrische kookplaat.
1.2.
Met een besluit van 21 oktober 2022 (besluit 1) heeft het dagelijks bestuur de aanvraag afgewezen. Met een besluit van 29 november 2022 (besluit 2) heeft het dagelijks bestuur besluit 1 ingetrokken en alsnog bijzondere bijstand voor de kosten van een elektrische kookplaat toegekend in de vorm van een geldlening, voor een bedrag van € 475,-.
1.3.
Met een besluit van 23 januari 2023 (bestreden besluit) heeft het dagelijks bestuur het bezwaar van appellante tegen besluit 2 ongegrond verklaard. Het dagelijks bestuur heeft zich onder verwijzing naar de artikelen 35 en 51 van de Participatiewet (PW) en de Beleidsregel bijzondere bijstand gemeente Roosendaal (Beleidsregel) op het standpunt gesteld dat in beginsel geen bijzondere bijstand wordt toegekend voor duurzame gebruiksgoederen, omdat die kosten uit het inkomen moeten worden voldaan. Als sprake is van bijzondere omstandigheden op grond waarvan voor deze kosten toch bijzondere bijstand moet worden toegekend, geldt als hoofdregel dat dit in de vorm van een geldlening gebeurt. In overeenstemming hiermee is de bijzondere bijstand ook in dit geval als geldlening toegekend.
Uitspraak van de rechtbank
2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten.
Het standpunt van appellante
3. Appellante is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Zij heeft aangevoerd dat de bijzondere bijstand om niet had moeten worden toegekend en dat zich in haar geval bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 4:84 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) voordoen. Daarnaast heeft zij een beroep gedaan op het vertrouwensbeginsel.

Het oordeel van de Raad

4. De Raad beoordeelt of de rechtbank terecht het bestreden besluit over de toekenning van bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening in stand heeft gelaten aan de hand van wat appellante in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt.
4.1.
In artikel 51, eerste lid, van de PW is bepaald dat bijzondere bijstand voor noodzakelijke duurzame gebruiksgoederen kan worden verleend in de vorm van een geldlening of borgtocht, dan wel in de vorm van een bedrag om niet. Ter invulling van deze bevoegdheid heeft het dagelijks bestuur beleidsregels vastgesteld. In artikel 9, eerste lid, van de Beleidsregel is bepaald dat voor een aantal met name genoemde kostensoorten specifiek gemeentelijk beleid geldt. Deze kostensoorten zijn opgenomen in de ‘Bijlage kostensoorten bijzondere bijstand’ (Bijlage). In de Bijlage is bepaald, voor zover hier van belang, dat voor duurzame gebruiksgoederen als hoofdregel geldt dat bijzondere bijstand in de vorm van een lening wordt toegekend. Hierbij zijn in de Bijlage enkele uitzonderingen vermeld, maar niet in geschil is dat die situaties zich hier niet voordoen.
4.2.
Appellante betoogt op zichzelf terecht dat bijzondere bijstand ook om niet kan worden toegekend, maar dat betekent nog niet dat het dagelijks bestuur in dit geval ook gehouden was dat te doen.
4.3.
De stelling van appellante dat zich in haar geval bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 4:84 van Pro de Awb voordoen, op grond waarvan het dagelijks bestuur zou moeten afwijken van de Beleidsregel, volgt de Raad niet. Appellante heeft in dit verband naar voren gebracht dat de kostendelersnorm op haar uitkering is toegepast omdat zij een inwonende zoon heeft, die door diverse problemen niet kan bijdragen in de kosten van de huishouding. Dit levert geen bijzondere omstandigheid op, al omdat het dagelijks bestuur onweersproken heeft toegelicht dat de kostendelersnorm slechts een relatief korte periode op de uitkering van appellante is toegepast. Daarnaast heeft appellante aangevoerd dat zij voor de elektrische kookplaat een geldlening bij haar moeder heeft afgesloten en dat het dagelijks bestuur rekening moet houden met de bedragen die zij moet aflossen aan haar moeder. Dit levert evenmin een bijzondere omstandigheid op, al omdat appellante met het bedrag dat zij van het dagelijks bestuur aan bijzondere bijstand heeft toegekend gekregen de lening van haar moeder vrijwel volledig kan aflossen.
4.4.
Het beroep van appellante op het vertrouwensbeginsel slaagt niet. Appellante heeft immers niet aannemelijk gemaakt dat van de zijde van het dagelijks bestuur toezeggingen zijn gedaan of andere uitlatingen zijn gedaan of gedragingen zijn verricht, waaruit zij in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs kon en mocht afleiden dat het dagelijks bestuur bijzondere bijstand om niet zou toekennen. Ter zitting heeft appellante bevestigd dat tijdens de telefoongesprekken met een medewerker van het dagelijks bestuur niet is gesproken over de vorm waarin de bijzondere bijstand zou worden toegekend. De Raad begrijpt dat appellante andere verwachtingen had over de bijzondere bijstand die het dagelijks bestuur zou toekennen, maar dat maakt nog niet dat zij zich met succes op het vertrouwensbeginsel kan beroepen.
Conclusie en gevolgen
4.5.
Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Dit betekent dat de toekenning van de bijzondere bijstand voor de kosten van een elektrische kookplaat in de vorm van een geldlening in stand blijft.
5. Omdat het hoger beroep niet slaagt, krijgt appellante geen vergoeding voor haar proceskosten en het betaalde griffierecht.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J.J. Janssen in tegenwoordigheid van L. van Beelen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 oktober 2025.

(getekend) J.J. Janssen

(getekend) L. van Beelen