Uitspraak
PROCESVERLOOP
27juli 2023 niet slaagt, en is de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Centrale Raad van Beroep
Verzoeker heeft op 14 april 2025 een verzoek om herziening ingediend tegen een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 14 januari 2025, waarin het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 27 juli 2023 was afgewezen.
De Raad heeft verzoeker bij brief van 27 juni 2025 gewezen op de verschuldigdheid van een griffierecht van €143,-, dat binnen 28 dagen betaald moest worden. Omdat de brief aanvankelijk naar een onjuist adres werd gestuurd, is de brief op 25 juli 2025 opnieuw naar het juiste adres verzonden, waarna een nieuwe betalingstermijn is gestart.
Ondanks een herinnering bij aangetekende brief van 25 augustus 2025 is het griffierecht niet betaald binnen de gestelde termijn. De Raad oordeelt dat verzoeker in verzuim is en verklaart het verzoek om herziening niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.