Uitspraak
9 april 2025, 23/1824 en 23/2330
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland. De Centrale Raad van Beroep heeft vastgesteld dat het griffierecht van €143,- niet binnen de gestelde termijn is voldaan, ondanks meerdere aanmaningen per brief en aangetekende brief. Hierdoor is appellante in verzuim geraakt.
Op grond van artikel 8:41 en Pro 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht is het griffierecht verplicht bij het instellen van hoger beroep. Omdat het griffierecht niet tijdig is betaald, kan het hoger beroep niet inhoudelijk worden behandeld en wordt het als kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep en uitgesproken in het openbaar op 28 oktober 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.