ECLI:NL:CRVB:2025:1584
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WGA-loonaanvullingsuitkering bij niet-duurzame volledige arbeidsongeschiktheid
In deze zaak staat centraal of een ex-werknemer met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100% recht heeft op een IVA-uitkering vanwege duurzame arbeidsongeschiktheid, dan wel op een WGA-uitkering omdat de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam is.
De ex-werknemer viel in april 2019 uit en ontving vanaf april 2021 een loongerelateerde WGA-uitkering. Het UWV zette deze in november 2021 om in een WGA-loonaanvullingsuitkering met dezelfde mate van arbeidsongeschiktheid. Appellante stelde dat de beperkingen duurzaam zijn en dat een IVA-uitkering op zijn plaats is. Het UWV voerde aan dat de beperkingen niet duurzaam zijn, onderbouwd met medisch en arbeidskundig onderzoek, inclusief een psychiatrische expertise.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en dat verbetering van de belastbaarheid mogelijk is. Appellante voerde hoger beroep aan, maar de Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en het UWV. De Raad stelde vast dat de medische beoordeling zorgvuldig was, dat er voldoende behandeling mogelijk is die tot verbetering kan leiden, en dat de beperkingen niet duurzaam zijn. Het hoger beroep werd verworpen en de WGA-uitkering bleef van kracht.
Uitkomst: De toekenning van de WGA-loonaanvullingsuitkering aan de ex-werknemer blijft in stand omdat zijn volledige arbeidsongeschiktheid niet duurzaam is.