ECLI:NL:CRVB:2025:1586
Centrale Raad van Beroep
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep en proceskostenveroordeling in WIA-zaak
In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant inzake een WIA-besluit van het UWV. Tijdens de procedure heeft het UWV een gewijzigde beslissing genomen en is het hoger beroep door appellant ingetrokken omdat het bestuursorgaan aan zijn belangen is tegemoetgekomen.
De Raad heeft het onderzoek heropend en een onafhankelijke deskundige benoemd, die een rapport uitbracht. Na intrekking van het hoger beroep heeft appellant verzocht om een proceskostenveroordeling tegen het UWV. De Raad heeft geoordeeld dat het UWV de proceskosten van appellant in hoger beroep moet vergoeden, inclusief het griffierecht.
De proceskosten zijn begroot op €1.814,-, gebaseerd op het indienen van het beroepschrift en het verschijnen ter zitting. Het griffierecht van €136,- wordt eveneens vergoed. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 22 oktober 2025.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellant na intrekking van het hoger beroep.