ECLI:NL:CRVB:2025:16
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling bij intrekking hoger beroep door UWV
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland. Namens betrokkene werd een verweerschrift ingediend. Op 19 juni 2024 trok het UWV het hoger beroep in. Betrokkene verzocht daarop om vergoeding van de proceskosten die redelijkerwijs gemaakt waren in verband met de behandeling van het hoger beroep.
Het UWV maakte geen gebruik van de mogelijkheid om hiertegen een verweerschrift in te dienen. Op grond van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht werd het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het onderzoek gesloten. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat bij intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, dit bestuursorgaan op verzoek van een partij kan worden veroordeeld in de proceskosten.
De Raad stelde vast dat betrokkene recht heeft op vergoeding van de proceskosten en begrootte deze op € 907,-, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht. De Centrale Raad van Beroep veroordeelde het UWV tot betaling van dit bedrag aan betrokkene. De uitspraak werd gedaan door C. Karman, in aanwezigheid van griffier S.P.A. Elzer, op 8 januari 2025.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 907,- aan proceskosten aan betrokkene.