ECLI:NL:CRVB:2025:1601
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging voortzetting ZW-uitkering ondanks betwisting medisch onderzoek en urenbeperking
Werknemer, die zich op 10 juli 2018 ziek meldde en per 1 november 2018 uit dienst trad, ontvangt een Ziektewet-uitkering die door het UWV ongewijzigd is voortgezet omdat hij minder dan 65% van zijn laatstverdiende loon kan verdienen. Appellante stelt dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek onzorgvuldig was, onder meer omdat er geen overleg is geweest met bedrijfsartsen en de curatieve sector, en dat de urenbeperking onvoldoende is gemotiveerd.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was verricht en dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep een volledige heroverweging heeft uitgevoerd. De Raad onderschrijft deze beoordeling en wijst het beroep van appellante af. Tevens concludeert de Raad dat er geen sprake is van onpartijdigheidsschending ondanks de persoonlijke connectie tussen de verzekeringsarts en de echtgenote van werknemer.
Appellante verzocht ook om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn, maar de Raad oordeelt dat de termijn in deze zaak niet zodanig is overschreden dat vergoeding op zijn plaats is. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: De voortzetting van de ZW-uitkering per 27 maart 2020 wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen.