ECLI:NL:CRVB:2025:1607
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling mate arbeidsongeschiktheid op 51,15% in WIA-uitkering
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van haar arbeidsongeschiktheid door het UWV, stellende dat haar medische beperkingen ernstiger zijn dan aangenomen. Na ziekte en beperkingen door chemotherapie werd haar arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 51,15%.
De rechtbank oordeelde dat de medische beoordeling, inclusief beperkingen in persoonlijk functioneren en fysieke belastbaarheid, juist was en dat de geselecteerde functies passend zijn. Appellante voerde aan dat haar vermoeidheids- en cognitieve klachten onvoldoende zijn meegewogen en vroeg om een onafhankelijke deskundige.
De Centrale Raad van Beroep concludeert dat de medische en arbeidskundige beoordelingen zorgvuldig en goed gemotiveerd zijn, dat de klachten van appellante zijn meegewogen en dat de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid terecht is. Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante terecht is vastgesteld op 51,15%.