Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- verklaart het verzet ongegrond;
- bepaalt dat het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 136,- door de griffier van de Raad aan appellante wordt terugbetaald.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat was ingediend. De uiterste datum voor het indienen van het hoger beroep was 27 maart 2023, terwijl het beroepschrift pas op 22 september 2023 werd ontvangen.
Appellante stelde verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. Dit verzet werd behandeld door de Centrale Raad van Beroep, waarbij partijen niet verschenen. De Raad oordeelde dat appellante in het verzet geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die konden leiden tot het oordeel dat zij niet in verzuim was geweest.
Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd, en het betaalde griffierecht van €136,- werd aan appellante terugbetaald. De uitspraak werd gedaan door mr. E.C.G. Okhuizen, in aanwezigheid van griffier F. Sporrel, op 21 januari 2025.
Uitkomst: Het verzet van appellante tegen de niet-ontvankelijkverklaring van haar hoger beroep is ongegrond verklaard.