ECLI:NL:CRVB:2025:1623
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond verklaard tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens termijnoverschrijding
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West Brabant, maar dit hoger beroep werd door de Centrale Raad van Beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat de gronden niet tijdig waren ingediend. Appellant stelde verzet in tegen deze beslissing en voerde aan dat gezondheidsklachten, het terugtrekken van zijn advocaat en meerdere lopende procedures de reden waren voor de termijnoverschrijding.
De Raad overwoog dat appellant meerdere keren uitstel had gekregen, in totaal ongeveer 18 weken, en dat hij alert had moeten zijn op communicatie van de Raad. Het feit dat appellant geen actie ondernam na ontvangst van een bericht over een aangetekende brief, en dat zijn laatste verzoek om uitstel kort voor het verstrijken van de termijn was ingediend, maakte de overschrijding niet verschoonbaar.
Gezondheidsklachten en het terugtrekken van de advocaat werden reeds meegenomen bij eerder verleend uitstel. De Raad vond geen aanleiding om de termijnoverschrijding alsnog te verontschuldigen. Appellant blijft zelf verantwoordelijk voor het bewaken van termijnen, ook bij meerdere procedures. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep blijft gehandhaafd.