Uitspraak
17 september 2024, 23/7222 (aangevallen uitspraak)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag betreffende de jaarafrekening van de buitenlandbijdrage over 2022 die hij volgens het CAK voor zijn ex-partner moest betalen. Na een aangepast besluit van het CAK, waarin de buitenlandbijdrage werd beperkt tot en met september 2022, trok appellant het hoger beroep in en verzocht om proceskostenveroordeling van het CAK.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat het CAK terecht was uitgegaan van gegevens die door de Ierse autoriteit waren verstrekt, hoewel deze later onjuist bleken. Het was aan appellant om deze onjuistheden te laten corrigeren, wat uiteindelijk ook is gebeurd. Daarom waren er bijzondere omstandigheden die een proceskostenveroordeling uitsluiten.
De Raad besloot het verzoek om proceskostenveroordeling af te wijzen en bevestigde hiermee dat het CAK niet aansprakelijk is voor de onjuiste gegevens die aan appellant waren verstrekt. De uitspraak werd gedaan door D. Hardonk-Prins op 5 november 2025.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen vanwege bijzondere omstandigheden.