ECLI:NL:CRVB:2025:1628
Centrale Raad van Beroep
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep tegen UWV-besluit WIA
Appellant stelde hoger beroep in tegen een besluit van het UWV inzake de WIA en diende nadere stukken in. De zaak werd behandeld op 22 mei 2024, waarbij beide partijen verschenen en werden vertegenwoordigd door advocaten. Na benoeming van een verzekeringsarts als deskundige en ontvangst van diens rapport, nam het UWV op 5 maart 2025 een gewijzigde beslissing op bezwaar.
Naar aanleiding hiervan trok appellant het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten. De Raad liet het onderzoek ter zitting achterwege en sloot het onderzoek. Op grond van de toepasselijke artikelen uit de Algemene wet bestuursrecht oordeelde de Raad dat het UWV aan appellant is tegemoetgekomen, waardoor het recht op proceskostenvergoeding in hoger beroep ontstaat.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten in hoger beroep, begroot op € 2.267,50, plus reiskosten van € 60,72 en het betaalde griffierecht van € 136,-. Tevens werd het UWV veroordeeld tot betaling van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering, conform eerdere jurisprudentie. De beslissing werd op 12 november 2025 openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten, griffierecht en wettelijke rente na intrekking van het hoger beroep.