Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- verklaart het verzet ongegrond;
- bepaalt dat het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 138,- door de griffier van de Raad aan appellant wordt terugbetaald.
Centrale Raad van Beroep
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift niet de vereiste gronden bevatte en appellant de hem gegeven hersteltermijn niet had benut.
Appellant deed verzet tegen deze niet-ontvankelijkverklaring en voerde aan dat hij tijdens zijn verblijf in het buitenland de aangetekende brief niet tijdig had ontvangen en dat de brief pas later aan hem was overhandigd. Tevens stelde hij dat hij op een later moment alsnog gronden had ingediend.
De Raad oordeelde dat het niet treffen van maatregelen door appellant om aangetekende post te laten ontvangen tijdens zijn vakantie voor zijn eigen risico kwam en dat de vermeende indiening van gronden te laat was en niet was bewezen. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. Het betaalde griffierecht werd aan appellant terugbetaald.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard vanwege niet-verschoonbare termijnoverschrijding.