ECLI:NL:CRVB:2025:164
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond wegens onjuiste verzending griffierecht uitnodiging
Verzoeker had een verzoek om herziening van een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep ingediend, maar dit verzoek werd op 6 augustus 2024 niet-ontvankelijk verklaard vanwege het niet betalen van het griffierecht. Verzoeker deed hiertegen verzet. Tijdens de zitting op 11 november 2024, waarbij verzoeker via Teams aanwezig was en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht zich niet liet vertegenwoordigen, bleek dat verzoeker op 28 juli 2023 per e-mail had verzocht om zijn post naar een ander adres te sturen.
De nota voor het griffierecht was echter op 25 oktober 2023 naar het oude adres verzonden. Hierdoor was de uitnodiging niet correct bezorgd, wat betekent dat verzoeker niet in verzuim kon worden gesteld voor het niet betalen van het griffierecht. De Raad verklaarde het verzet gegrond, vernietigde de eerdere beslissing van 6 augustus 2024 en besloot het onderzoek voort te zetten in de stand waarin het zich bevond.
Verzoeker zal een nieuwe uitnodiging voor het betalen van het griffierecht ontvangen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling ten aanzien van het verzet. De uitspraak werd op 21 januari 2025 in het openbaar gedaan door mr. E.C.G. Okhuizen, in aanwezigheid van griffier F. Sporrel.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard omdat de uitnodiging tot betaling van het griffierecht niet naar het juiste adres is verzonden.