ECLI:NL:CRVB:2025:1642
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering te veel ontvangen WW-uitkering ondanks betwisting appellant
Appellant ontving vanaf augustus 2023 een WW-uitkering en toeslag, maar werkte daarnaast ook. Het UWV stelde de hoogte van de uitkering vast op basis van loongegevens die de werkgever aan de Belastingdienst had doorgegeven. Appellant betwistte deze gegevens en stelde dat de doorgegeven inkomensgegevens onjuist waren.
Het UWV paste de uitkering aan voor oktober en november 2023 en vorderde de te veel ontvangen bedragen terug. Bij bezwaar verklaarde het UWV de terugvordering niet te verrekenen met de lopende uitkering om onder het sociaal minimum te blijven, maar hield vast aan de terugvordering. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat appellant geen bewijs leverde dat de loongegevens onjuist waren.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij financieel moeilijk zat en vroeg om een basisinkomen of speciale werkplek. De Raad volgde het oordeel van de rechtbank dat het UWV mocht uitgaan van de loongegevens van de Belastingdienst en dat appellant geen concrete tegenbewijs had geleverd. Het hoger beroep werd verworpen en de terugvordering bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en appellant moet de te veel ontvangen WW-uitkering terugbetalen.