ECLI:NL:CRVB:2025:1647
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling arbeidsongeschiktheid op 70,50% door UWV
Appellante was sinds juni 2020 ziekgemeld en ontving een WIA-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 70,50%, vastgesteld door het UWV na medisch en arbeidskundig onderzoek. Zij voerde aan dat haar beperkingen groter waren en dat zij niet geschikt was voor de door het UWV geselecteerde functies. Ook stelde zij dat het UWV de 60-plus regeling ten onrechte niet toepaste, wat volgens haar in strijd was met het gelijkheidsbeginsel.
De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. De verzekeringsarts had het niet noodzakelijk geacht appellante op spreekuur te zien en de arbeidsdeskundige had de geschiktheid van de functies voldoende gemotiveerd. De rechtbank vond ook dat de 60-plus regeling nog niet van toepassing was op het moment van de aanvraag.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten, waaronder het beroep op het vertrouwensbeginsel en de verwijzing naar de poli revalidatie. De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en concludeerde dat het UWV het arbeidsongeschiktheidspercentage terecht had vastgesteld. Een recent werkplan van het UWV, dat appellante overlegd had, bevatte geen nieuwe medische informatie en bood geen aanleiding tot herziening van het besluit.
Het hoger beroep werd verworpen, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en het bestreden besluit bleef in stand. Appellante kreeg geen proceskostenvergoeding toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit van het UWV tot vaststelling van 70,50% arbeidsongeschiktheid blijft in stand.