ECLI:NL:CRVB:2025:1649
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Vaststelling mate arbeidsongeschiktheid en schadevergoeding wegens termijnoverschrijding in WIA-procedure
Appellant, een voormalig vrachtwagenchauffeur, diende een WIA-uitkering aan na een bedrijfsongeval in 2017. Het UWV stelde aanvankelijk een arbeidsongeschiktheid van 31,44% vast, later verhoogd naar 64,1% na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad benoemde een onafhankelijke verzekeringsarts als deskundige, die de beperkingen van appellant bevestigde met een aangepaste functionele mogelijkhedenlijst. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep herzag de functies en berekende de arbeidsongeschiktheid op 54,64%. Appellant voerde aan dat zijn beperkingen ernstiger waren en dat het UWV onjuist rekening hield met zijn werk als horecaportier, wat de Raad niet volgde.
De Raad oordeelde dat de mate van arbeidsongeschiktheid terecht was vastgesteld op 54,64%, en dat de overschrijding van de redelijke termijn in de bezwaar- en beroepsfase leidde tot een schadevergoeding van €3.000,-, verdeeld tussen de Staat en het UWV. Tevens werden proceskosten en griffierechten aan appellant toegekend. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de eerdere uitspraak en het besluit van het UWV vernietigd en de mate van arbeidsongeschiktheid definitief vastgesteld.
Uitkomst: De mate van arbeidsongeschiktheid wordt vastgesteld op 54,64% en appellant ontvangt een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.