ECLI:NL:CRVB:2025:1677
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid niet deugdelijk gemotiveerd
Appellante kreeg aanvankelijk een WIA-uitkering wegens volledige arbeidsongeschiktheid. Het UWV beëindigde deze uitkering per 11 maart 2021 omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. Appellante betwistte dit en stelde dat zij meer beperkingen heeft, mede door ernstige psychische klachten en lichamelijke aandoeningen.
De rechtbank bevestigde het besluit van het UWV, maar de Centrale Raad van Beroep benoemde een onafhankelijke deskundige die aanvullende beperkingen vaststelde, waaronder een ernstige depressieve stoornis met hallucinaties. De deskundige concludeerde dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) moesten worden uitgebreid.
De Raad volgde de deskundige en oordeelde dat het UWV-besluit niet deugdelijk gemotiveerd was en dat het UWV het besluit moest herstellen. De Raad gaf het UWV acht weken om dit te doen. De zaak is hiermee nog niet definitief beslecht, en er is nog geen uitspraak gedaan over proceskosten of schadevergoeding.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de WIA-uitkering is niet deugdelijk gemotiveerd en het UWV moet het besluit herstellen.