ECLI:NL:CRVB:2025:1695
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling mate van arbeidsongeschiktheid WIA-uitkering
Appellante, voormalig administratief medewerkster, betwistte de door het UWV vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid per 11 maart 2020 en 1 november 2022. Zij stelde dat haar medische beperkingen ernstiger waren dan aangenomen, waardoor zij de geselecteerde functies niet kon vervullen.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. Hoewel de rechtbank een motiveringsgebrek constateerde in het bestreden besluit, werd dit gepasseerd. Appellante ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het oordeel van de rechtbank. De medische beoordeling was zorgvuldig en de klachten van appellante kwamen overeen met de rapportages van verzekeringsartsen. De arbeidsdeskundige had passende functies geselecteerd op basis van de Functionele Mogelijkhedenlijsten (FML’s). Het hoger beroep werd verworpen en de vastgestelde percentages arbeidsongeschiktheid bleven gehandhaafd.
Appellante kreeg geen vergoeding voor proceskosten omdat het hoger beroep niet slaagde. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 19 november 2025.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de juiste vaststelling van de arbeidsongeschiktheid op 52,91% per 11 maart 2020 en 35,08% per 1 november 2022.