ECLI:NL:CRVB:2025:1698
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het Uwv om haar per 14 juni 2021 geen WIA-uitkering toe te kennen, omdat zij volgens het Uwv minder dan 35% arbeidsongeschikt is. De zaak betreft de beoordeling van medische en arbeidskundige rapporten, waaronder een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 19 juli 2021.
De rechtbank Amsterdam heeft eerder geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig is verricht en dat de klachten van appellante niet berusten op een objectief vast te stellen ziektebeeld. De geselecteerde functies zijn medisch geschikt bevonden. Appellante voerde aan dat het onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en overhandigde een brief van haar psychiater, maar de Raad zag hierin geen aanleiding het oordeel te herzien.
De Centrale Raad van Beroep concludeert dat het Uwv terecht heeft geoordeeld dat appellante niet voldoet aan de 35%-grens voor arbeidsongeschiktheid en bevestigt het bestreden besluit. Appellante krijgt geen vergoeding voor proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante terecht geen WIA-uitkering ontvangt wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.