Uitspraak
11 februari 2025, 23/4734
Centrale Raad van Beroep
In deze zaak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. T. Erdal, hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. De rechtbank had in haar uitspraak van 11 februari 2025, onder zaaknummer 23/4734, de appellant niet-ontvankelijk verklaard. De Centrale Raad van Beroep heeft op 19 november 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep, onder zaaknummer 25/562 WMO15. De Raad heeft vastgesteld dat het griffierecht van € 143,- niet binnen de gestelde termijn was betaald. Appellant was herhaaldelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht, maar heeft nagelaten dit tijdig te voldoen. De Raad oordeelt dat het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, omdat appellant in verzuim is geweest. De uitspraak is gedaan door D. Hardonk-Prins, in tegenwoordigheid van griffier A. Giesen, en is openbaar uitgesproken. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling, en belanghebbenden kunnen binnen zes weken na verzending van het afschrift van deze uitspraak verzet aantekenen.