ECLI:NL:CRVB:2025:1712
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering aanpassing keuken als woonvoorziening op grond van Wmo 2015 bevestigd
Appellante, geboren in 1968 en lijdend aan multiple sclerose en artrose, vroeg bij het college van burgemeester en wethouders van Veendam een aanpassing van haar keuken aan als woonvoorziening op grond van de Wmo 2015. Het college wees dit verzoek af omdat appellante met het persoonsgebonden budget (pgb) dat zij op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) ontvangt, voldoende wordt gecompenseerd in haar beperkingen in de zelfredzaamheid.
De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, stellende dat de Wlz-indicatie LG05 voorziet in volledige ADL-afhankelijkheid en dat het pgb bedoeld is om noodzakelijke verzorging en begeleiding te bieden, waardoor een aangepaste keuken niet noodzakelijk is. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij zonder de aanpassing geen gebruik kan maken van een elementaire woonfunctie en dat de rechtbank ten onrechte aansluiting zocht bij ADL-ondersteuning.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het college terecht heeft geweigerd de aanpassing te verstrekken. De maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015 is bedoeld ter compensatie van beperkingen die niet op eigen kracht of met gebruikelijke hulp kunnen worden verminderd. Het pgb voorziet hierin adequaat. De keuze van appellante om geen zorg in te kopen in de uren dat zij alleen is, is haar eigen verantwoordelijkheid. Bovendien zijn er andere passende oplossingen, zoals gebruik van de aangepaste badkamer en een heet waterdispenser.
Het hoger beroep wordt verworpen, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en het bestreden besluit blijft in stand. Appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot weigering van de keukenaanpassing blijft in stand.