Uitspraak
:29 januari 2025
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig ADR-chauffeur, ontving een loongerelateerde WGA-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 63,32%. Na een herbeoordeling door het UWV werd de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 44,24%, wat leidde tot verlaging van zijn WGA-vervolguitkering per 1 januari 2023. Appellant betwistte deze vaststelling en stelde dat hij volledig arbeidsongeschikt was en niet fysiek was onderzocht.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat het medische onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij ook aanvullende informatie van behandelaren was betrokken. De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde dat er geen nieuwe medische feiten waren die een herziening van het standpunt rechtvaardigden. Appellant voerde aan dat hij niet kon werken en verwees naar een brief van een psycholoog, maar deze was onvoldoende onderbouwd en buiten de deskundigheid van de psycholoog.
De Raad concludeerde dat de medische en arbeidskundige beoordelingen zorgvuldig en gemotiveerd waren, dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst adequaat waren vastgesteld en dat de geselecteerde functies passend waren. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, waardoor het besluit tot verlaging van de WGA-vervolguitkering in stand bleef.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de WGA-vervolguitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 44,24%.