ECLI:NL:CRVB:2025:1735
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering omzetting gehele studiefinanciering in gift na behalen masterdiploma
Appellant, een statushouder die een masteropleiding in Plant Sciences heeft afgerond, heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de minister om slechts de prestatiebeurs om te zetten in gift en niet de lening en het collegegeldkrediet. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de Wsf 2000 alleen omzetting van de prestatiebeurs voorschrijft.
In hoger beroep heeft appellant geen nieuwe gronden aangevoerd, maar slechts zijn eerdere argumenten nader toegelicht. De Raad is het eens met de rechtbank dat de minister niet verplicht is om ook de lening en het collegegeldkrediet om te zetten in gift. De Raad benadrukt dat appellant gelijk is gesteld aan Nederlandse studenten en dat studieleningen altijd terugbetaald moeten worden, tenzij zeer uitzonderlijke omstandigheden zich voordoen.
Daarnaast oordeelt de Raad dat de minister geen zorgplicht heeft om appellant te informeren over mogelijke bijstand tijdens de studie en dat verschillen in gemeentelijke toepassing van de Participatiewet niet leiden tot een plicht tot kwijtschelding van de studieschuld. De gunstige terugbetalingsvoorwaarden van studieleningen onder de Wsf 2000 maken kwijtschelding via de hardheidsclausule alleen in uitzonderlijke gevallen mogelijk.
Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank blijft in stand. Appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en alleen de prestatiebeurs wordt omgezet in gift; lening en collegegeldkrediet blijven terugbetaalbaar.