ECLI:NL:CRVB:2025:1740
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over arbeidsongeschiktheid en terugverwijzing voor nieuwe beoordeling
Appellant, werkzaam als projectmanager, is sinds 1999 arbeidsongeschikt als gevolg van een CVA. Het UWV stelde de mate van arbeidsongeschiktheid per 11 juni 2021 vast op 65 tot 80%, maar appellant betwistte dit en stelde dat hij meer beperkingen heeft. Na een eerdere uitspraak van de rechtbank die het UWV-besluit in stand liet, stelde appellant hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad beoordeelde nieuwe medische rapporten van WPEX, waarin werd gesteld dat appellant meer beperkingen heeft dan door het UWV was vastgesteld, waaronder een urenbeperking en noodzaak voor een prikkelarme werkomgeving. De Raad concludeerde dat het UWV-besluit een deugdelijke medische onderbouwing ontbeert en vernietigde het besluit.
Het UWV wordt opgedragen binnen zes weken een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen, waarbij de FML moet worden aangepast aan de conclusies van de medische deskundigen. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellant.
De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige medische beoordeling bij vaststelling van arbeidsongeschiktheid en de noodzaak om alle relevante beperkingen mee te wegen, waaronder cognitieve klachten en prikkelgevoeligheid.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV krijgt zes weken voor een nieuwe beslissing met aangepaste medische beoordeling.