ECLI:NL:CRVB:2025:1744
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling en bevestiging van WIA-uitkering op 70,55% arbeidsongeschiktheid na bezwaar en beroep
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het UWV-besluit waarin zijn arbeidsongeschiktheid per 28 augustus 2022 werd vastgesteld op 70,55%. Hij stelde dat zijn medische beperkingen en psychische klachten werden onderschat en dat de geselecteerde functies niet passend waren.
De rechtbank Oost-Brabant verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen en functiegeschiktheid juist waren vastgesteld. De Raad bevestigt dit oordeel in hoger beroep. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft de beperkingen onderbouwd met recente medische informatie, en de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft de geschiktheid van de functies adequaat gemotiveerd.
De Raad concludeert dat het UWV terecht het arbeidsongeschiktheidspercentage heeft vastgesteld en dat appellant geen recht heeft op een hogere uitkering of andere functies. Het hoger beroep wordt afgewezen en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het UWV-besluit tot vaststelling van 70,55% arbeidsongeschiktheid blijft in stand.