ECLI:NL:CRVB:2025:1747
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling juiste vaststelling arbeidsongeschiktheid en beëindiging WIA-uitkering
Appellante betwistte de vaststelling van haar arbeidsongeschiktheid door het UWV en de beëindiging van haar WIA-uitkering. Zij stelde dat haar medische beperkingen, waaronder schildklierproblematiek, carpaal tunnel syndroom en oogklachten, waren onderschat en dat de geselecteerde functies niet passend waren.
De Centrale Raad van Beroep heeft het medisch en arbeidskundig onderzoek van het UWV als zorgvuldig beoordeeld. De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige hebben de beperkingen en belastbaarheid van appellante uitgebreid onderzocht en gemotiveerd. De Raad vond geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van deze beoordeling en wees het verzoek om een onafhankelijke deskundige af.
Hoewel het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar nam die deels tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante, bleef de beëindiging van de WIA-uitkering per 10 februari 2022 gehandhaafd. De Raad vernietigde de eerdere uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat het beroep gegrond is voor de periode 1 mei 2021 tot en met 9 februari 2022, maar ongegrond voor het gewijzigde besluit van 13 december 2024.
Verder werd vastgesteld dat de redelijke termijn in de procedure met veertien maanden was overschreden, wat leidde tot een schadevergoeding van €1.500,-, waarvan het UWV en de Staat een deel voor hun rekening nemen. Tot slot werd het UWV en de Staat veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep is gegrond voor de periode 1 mei 2021 tot en met 9 februari 2022, de beëindiging van de WIA-uitkering per 10 februari 2022 blijft in stand.