ECLI:NL:CRVB:2025:1749
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering na eerdere onherroepelijke afwijzingen
Appellant heeft voor de derde keer een Wajong-uitkering aangevraagd nadat twee eerdere aanvragen onherroepelijk waren afgewezen. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) heeft de aanvraag geweigerd omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die aanleiding geven tot herziening van het eerdere besluit.
De rechtbank Amsterdam heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard. De door appellant aangevoerde antisociale persoonlijkheidsstoornis was reeds in 2016 meegenomen in de psychiatrische expertise. Het feit dat behandelingen later niet tot verbetering hebben geleid, vormt geen nieuw feit dat de situatie in 2016 verandert.
Appellant heeft in hoger beroep geen nieuwe stukken of argumenten ingebracht die het oordeel van de rechtbank zouden ondermijnen. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering. Tevens wordt appellant geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.