ECLI:NL:CRVB:2025:1751
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging voortzetting WGA-uitkering wegens niet-duurzame volledige arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als gespecialiseerd verzorgende, meldde zich in 2017 ziek vanwege psychische klachten. Het UWV kende haar in 2019 een loongerelateerde WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Na een herbeoordeling op verzoek van de ex-werkgever in 2021 handhaafde het UWV de uitkering omdat appellante volledig maar niet duurzaam arbeidsongeschikt werd geacht.
Appellante stelde dat haar beperkingen duurzaam zijn en maakte bezwaar tegen het besluit. Een onafhankelijke deskundige, psychiater Nieuwdorp, concludeerde dat er sprake was van een persisterende depressieve stoornis en een persoonlijkheidsstoornis, maar dat er nog behandelopties waren die tot klachtenvermindering konden leiden. De rechtbank volgde dit oordeel en verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellante dat een kleine verbetering in de verre toekomst onvoldoende is om de arbeidsongeschiktheid niet-duurzaam te achten. De Raad stelde vast dat het UWV voldoende onderbouwing heeft geleverd dat niet alle beperkingen duurzaam zijn en dat de deskundigenrapporten zorgvuldig en consistent zijn. Het hoger beroep werd afgewezen, waarmee de voortzetting van de WGA-uitkering ongewijzigd blijft.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante volledig maar niet duurzaam arbeidsongeschikt is en wijst het hoger beroep af.