Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- verklaart het verzet gegrond;
- veroordeelt het Uwv in de kosten van het verzet van appellante tot een bedrag van € 453,50.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland, maar dit hoger beroep werd door de Raad op 18 juni 2025 niet-ontvankelijk verklaard vanwege het niet betalen van het griffierecht.
Namens appellante werd verzet aangetekend. In het verzet bleek dat het griffierecht binnen de gestelde termijn na een tweede betalingsherinnering was voldaan, namelijk op 16 mei 2025, binnen vier weken na de brief van 25 april 2025.
De Centrale Raad van Beroep verklaarde het verzet gegrond, waardoor de eerdere niet-ontvankelijkverklaring verviel en het onderzoek werd voortgezet. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellante in de verzetprocedure, begroot op € 453,50.
De uitspraak bevestigt dat het tijdig betalen van het griffierecht binnen de gestelde termijn bepalend is voor ontvankelijkheid in hoger beroep en dat een verzet tegen een niet-ontvankelijkverklaring gegrond kan worden verklaard indien het griffierecht alsnog tijdig is betaald.
De Raad benadrukte dat de procedurele regels omtrent griffierechten strikt maar rechtvaardig worden toegepast, waarbij de belangen van appellante worden beschermd.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard, de niet-ontvankelijkverklaring vervalt en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten.