Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2025:1760

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
26 november 2025
Publicatiedatum
2 december 2025
Zaaknummer
24/1365 WAJONG-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht

Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland, maar dit hoger beroep werd door de Raad op 18 juni 2025 niet-ontvankelijk verklaard vanwege het niet betalen van het griffierecht.

Namens appellante werd verzet aangetekend. In het verzet bleek dat het griffierecht binnen de gestelde termijn na een tweede betalingsherinnering was voldaan, namelijk op 16 mei 2025, binnen vier weken na de brief van 25 april 2025.

De Centrale Raad van Beroep verklaarde het verzet gegrond, waardoor de eerdere niet-ontvankelijkverklaring verviel en het onderzoek werd voortgezet. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellante in de verzetprocedure, begroot op € 453,50.

De uitspraak bevestigt dat het tijdig betalen van het griffierecht binnen de gestelde termijn bepalend is voor ontvankelijkheid in hoger beroep en dat een verzet tegen een niet-ontvankelijkverklaring gegrond kan worden verklaard indien het griffierecht alsnog tijdig is betaald.

De Raad benadrukte dat de procedurele regels omtrent griffierechten strikt maar rechtvaardig worden toegepast, waarbij de belangen van appellante worden beschermd.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard, de niet-ontvankelijkverklaring vervalt en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het verzet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 30 april 2024, 23/6590 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 26 november 2025

PROCESVERLOOP

In de uitspraak van 18 juni 2025 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet was betaald.
Namens appellante heeft mr. M.G. Evers, advocaat, verzet gedaan.

OVERWEGINGEN

In verzet is gebleken dat na verzending van de betalingsherinnering van 28 januari 2025 aan de gemachtigde van appellante bij aangetekende brief van 25 april 2025 nogmaals een betalingsherinnering is verzonden voor betaling van het griffierecht. Daarbij is meegedeeld dat het griffierecht binnen vier weken na de datum van de brief moet zijn betaald. Het griffierecht is op 16 mei 2025 door de Raad ontvangen. Dit is binnen de in de brief van 25 april 2025 gestelde termijn.
Dit betekent dat het verzet gegrond wordt verklaard, de uitspraak van de Raad van 18 juni 2025 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
De Raad ziet aanleiding het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellante in de verzetprocedure. De kosten worden begroot op € 453,50 (0,5 punt voor het indienen van het verzetschrift, met een waarde per punt van € 907,-).

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep:
  • verklaart het verzet gegrond;
  • veroordeelt het Uwv in de kosten van het verzet van appellante tot een bedrag van € 453,50.
Deze uitspraak is gedaan door J.C. Boeree in tegenwoordigheid van J.A. Achterberg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 november 2025.
(getekend) J.C. Boeree
(getekend) J.A. Achterberg