ECLI:NL:CRVB:2025:1764
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep in WAO-zaken ongegrond verklaard
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam waarin zijn beroep ongegrond werd verklaard. De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep echter niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift niet tijdig was ingediend. De termijn voor het indienen van het hoger beroep was verstreken, en appellant heeft geen feiten of omstandigheden aangevoerd die het verzuim zouden kunnen rechtvaardigen.
Appellant heeft verzet ingesteld tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. Tijdens de zitting van 13 oktober 2025 zijn partijen niet verschenen. In het verzetschrift stelt appellant dat zijn beroep binnen de termijn is verzonden en dat hij griffierecht heeft betaald. Het beroepschrift was gedateerd op 3 oktober 2024, maar werd pas op 23 oktober 2024 gepost, wat te laat is.
De Raad heeft appellant verzocht om een verklaring voor de termijnoverschrijding, maar hierop is niet gereageerd. Zonder verschoonbare omstandigheden is het verzet ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door H.G. Rottier, in aanwezigheid van griffier J. Bonnema, op 24 november 2025.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het hoger beroep blijft niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding.